Citaat | Gerechtshof Den Haag 21 april 2020

Onder 4.2.28 Gerechtshof Den Haag 21 april 2020

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 21 april 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1624.

Het standpunt (in 6.15.6 MvG) dat de gemiddelde vakman ervan zou uitgaan dat het klonterprobleem zich bij normaal gebruik van een printer tijdens de reguliere levensduur van een cartridge in ieder geval zal voordoen, zodat de gemiddelde vakman de aanwezigheid van het transportorgaan toch noodzakelijk zou achten, heeft DR c.s. onvoldoende onderbouwd, laat staan dat het klonterprobleem zich in die mate zou voordoen dat de gemiddelde vakman conclusies 1 en 2 van EP 537 niet plausibel zou achten. De beschrijving geeft de gemiddelde vakman geen aanleiding te veronderstellen dat het klonterprobleem zich bij normaal gebruik zal voordoen. Anders dan verdedigd door DR c.s. zou de gemiddelde vakman dat naar het oordeel van het hof (juist) niet afleiden uit het enkele gebruik van woord ‘may’ in par. 62 (kolom 8, r. 52) van de beschrijving. Door het gebruik van ‘may’ is nadrukkelijk tot uitdrukking gebracht dat het klonterprobleem zich kán voordoen, maar dat dit niet noodzakelijkerwijs het geval is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/91cd6bb72f5e3757c23e730a4403161666cfbf3b9ef25529dfcf0a564dc2f8e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 91cd6bb72f5e3757c23e730a4403161666cfbf3b9ef25529dfcf0a564dc2f8e2, en de alinea staat in dat document op bytes 97255 tot 98280.