Citaat | Gerechtshof Den Haag 21 april 2020

Onder 4.2.29 Gerechtshof Den Haag 21 april 2020

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 21 april 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1624.

Ook anderszins bestaat geen aanleiding aan te nemen dat de gemiddelde vakman de toepassing van een transportorgaan noodzakelijk zou achten om het ophopingsprobleem op te lossen. De omstandigheid dat een transportorgaan (60) in alle tekeningen wordt getoond, maakt dat niet anders. Deze tekeningen dienen immers ter illustratie van niet beperkende uitvoeringsvoorbeelden. Ook de omstandigheid dat een transportorgaan onderdeel uitmaakt van de in par. 13 van het octrooischrift beschreven ‘developer unit’ (cartridge) waarmee “features and/or utilities of the present general inventive concept may be achieved” leidt de gemiddelde vakman daar niet toe. De daar beschreven uitvoeringsvorm laat immers onverlet dat de gemiddelde vakman op grond van de beschrijving en in aanmerking genomen hetgeen hiervoor reeds is overwogen (r.o. 4.2.20 e.v.) zal begrijpen dat er ook andere uitvoeringsvormen, zonder transportorgaan, mogelijk zijn waarmee het ophopingsprobleem kan worden opgelost.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/91cd6bb72f5e3757c23e730a4403161666cfbf3b9ef25529dfcf0a564dc2f8e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 91cd6bb72f5e3757c23e730a4403161666cfbf3b9ef25529dfcf0a564dc2f8e2, en de alinea staat in dat document op bytes 98372 tot 99374.