Citaat | Gerechtshof Den Haag 21 april 2020
Onder 4.5.2 Gerechtshof Den Haag 21 april 2020
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 21 april 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1624.
Het hof stelt voorop dat het slaafs nabootsen van een product dat niet (langer) wordt beschermd door een absoluut recht van intellectuele eigendom in beginsel vrijstaat, maar onrechtmatig wordt indien de nabootser zonder aan de deugdelijkheid en bruikbaarheid afbreuk te doen op bepaalde punten evengoed een andere weg had kunnen inslaan en door dit na te laten verwarring sticht. Vereist is, gelet op de eis van verwarring, dat het nagebootste product een eigen plaats inneemt op de markt. In aanmerking nemend dat van de “nabootser” niet verlangd wordt dat hij aan de deugdelijkheid en de bruikbaarheid afbreuk doet teneinde verwarring te voorkomen, staat het hem naar het oordeel van het hof vrij een in het nagebootste product gekozen technische oplossing toe te passen, ook al zou er een alternatieve technische oplossing zijn om hetzelfde technisch effect te bereiken. Een andersluidend oordeel zou betekenen dat de bescherming op grond van slaafse nabootsing door een beperktere uitleg van de “techniekrestrictie”, verder zou gaan dan modelbescherming, hetgeen gelet op doel en strekking van die techniekrestrictie onwenselijk is en niet de bedoeling kan zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/91cd6bb72f5e3757c23e730a4403161666cfbf3b9ef25529dfcf0a564dc2f8e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 91cd6bb72f5e3757c23e730a4403161666cfbf3b9ef25529dfcf0a564dc2f8e2, en de alinea staat in dat document op bytes 149392 tot 150581.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/91cd6bb72f5e3757c23e730a4403161666cfbf3b9ef25529dfcf0a564dc2f8e2 | shasum -a 256