Citaat | Gerechtshof Den Haag 21 oktober 2020

Onder 5.22. Gerechtshof Den Haag 21 oktober 2020

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 21 oktober 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2019.

Voorts gelden de volgende uitgangspunten bij het beoordelen van de beweegredenen voor het aangaan van een schuld. Een belastingplichtige, dan wel een concern, heeft keuzevrijheid bij de wijze van financiering van een vennootschap waarin zij deelneemt (zie het Italiaanse Telecomarrest, r.o. 2.6.3). Indien sprake is van een rechtstreekse financiering, liggen aan een schuld in beginsel in overwegende mate zakelijke overwegingen ten grondslag. Dit is echter niet het geval als sprake is van een omleiding van de voor de rechtshandeling in kwestie aangewende middelen. Daarbij geldt dat zakelijke overwegingen niet alleen ontbreken als de middelen voor de geldlening eerst zijn onttrokken aan het eigen vermogen van het Nederlandse deel van het concern (zie het Mauritiusarrest, r.o. 3.1.3).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a9148d2f46cfc242af24331fd08d79272ddbc523afc9915b1f634074f58bcfca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a9148d2f46cfc242af24331fd08d79272ddbc523afc9915b1f634074f58bcfca, en de alinea staat in dat document op bytes 133409 tot 134213.