Citaat | Gerechtshof Den Haag 21 oktober 2020

Onder 5.23. Gerechtshof Den Haag 21 oktober 2020

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 21 oktober 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2019.

Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een "onzakelijke omleiding", acht het Hof van belang of alle betrokkenen bij de relevante schulden en de daarmee verband houdende rechtshandeling tot hetzelfde concern (of dezelfde groep) behoren (vgl. het Mauritiusarrest, r.o. 3.1.2, 3.1.4 en 3.2.2, en het Italiaanse Telecomarrest, r.o. 2.6.3). Weliswaar zijn de PEC-houders – de subfondsen van [C Fund], de [D CV's], [L Spa] en [K SC] – niet met belanghebbende verbonden in de zin van artikel 10a, vierde lid, Wet Vpb (zie 5.12), maar anders dan belanghebbende betoogt, is het verbondenheidscriterium van artikel 10a, vierde lid, Wet Vpb niet beslissend bij de beoordeling of sprake is van een onzakelijke omleiding. In het onderhavige geval nemen de PEC-houders middellijk deel in het kapitaal van [G Sarl] en daarmee in [H Sarl] (en uiteindelijk via belanghebbende in [Y BV]). Bovendien heeft [C Management Company] dan wel [C GP] blijkens de melding bij de NMa de volledige zeggenschap over [Y BV] (zie 2.15). Uit de statuten van [G Sarl] blijkt bovendien dat [C Fund] vier van de vijf (of vijf van de zes) bestuurders van [G Sarl] benoemt, waaronder de voorzitter van de board of managers (zie 2.20). Op haar beurt benoemt [G Sarl] drie van de vijf (of vier van de zes) bestuurders van [H Sarl], waaronder de voorzitter van de board of managers (zie 2.21). Hieruit blijkt dat [C Fund] middellijk deelneemt aan de leiding van, dan wel het toezicht op, [H Sarl]. Bovendien geldt voor de [D CV's] een vijfjarige 'lock-up' ten aanzien van hun belangen in [G Sarl], heeft [C Fund] een voorkeursrecht indien de andere aandeelhouders in [G Sarl] hun belang willen verkopen, hebben de aandeelhouders bij een verkoop van aandelen door één aandeelhouder het recht hun belang in [G Sarl] onder dezelfde voorwaarden te verkopen ('tag along right'), en kan [C Fund] de [D CV's], [L Spa] en [K SC] verplichten hun belang te verkopen wanneer [C Fund] zijn belang in [G Sarl] wil verkopen ('drag along right') (zie 2.20). Al deze omstandigheden tezamen brengen mee dat de PEC-houders deel uitmaken van een samenhangende fonds- en financieringsstructuur, onder leiding van [C GP] dan wel [C Management Company]. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat belanghebbende, [H Sarl], [G Sarl], en de PEC-houders tot hetzelfde 'concern' behoren in de zin van het Mauritiusarrest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a9148d2f46cfc242af24331fd08d79272ddbc523afc9915b1f634074f58bcfca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a9148d2f46cfc242af24331fd08d79272ddbc523afc9915b1f634074f58bcfca, en de alinea staat in dat document op bytes 134294 tot 136677.