Citaat | Gerechtshof Den Haag 12 november 2020

Alinea 68 Gerechtshof Den Haag 12 november 2020

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 12 november 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2175.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte zich – overeenkomstig de door hem overgelegde pleitnota – op het standpunt gesteld dat de verklaring van getuige [getuige 1] niet voor het bewijs kan worden gebezigd, nu de verdediging het ondervragingsrecht ten aanzien van deze getuige niet heeft kunnen uitoefenen, doordat de in hoger beroep toegewezen getuige onvindbaar was en niet kon worden gehoord. Dit betekent dat sprake is van een schending van artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM), aldus de raadsman.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58e8124f3d3d85baa8709df141bad3308ca6d8d2aaf5f6bed800044f06df000b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58e8124f3d3d85baa8709df141bad3308ca6d8d2aaf5f6bed800044f06df000b, en de alinea staat in dat document op bytes 17700 tot 18334.