Citaat | Gerechtshof Den Haag 12 november 2020

Alinea 70 Gerechtshof Den Haag 12 november 2020

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 12 november 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2175.

Het hof stelt voorop dat het gebruik van een ambtsedig proces-verbaal voor het bewijs inhoudende een niet ter terechtzitting afgelegde, de verdachte belastende, verklaring niet zonder meer ongeoorloofd of onverenigbaar is met artikel 6 van het EVRM. Het is vaste rechtspraak dat van die ongeoorloofdheid onder meer geen sprake is, indien de verdachte weliswaar niet in enig stadium van het geding de gelegenheid heeft gehad om een dergelijke verklaring op haar betrouwbaarheid te toetsen en aan te vechten door de persoon die de verklaring heeft afgelegd als getuige te (doen) ondervragen, maar die verklaring in voldoende mate steun vindt in andere bewijsmiddelen. Dit steunbewijs zal dan betrekking moeten hebben op die onderdelen van de hem belastende verklaring die de verdachte betwist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58e8124f3d3d85baa8709df141bad3308ca6d8d2aaf5f6bed800044f06df000b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58e8124f3d3d85baa8709df141bad3308ca6d8d2aaf5f6bed800044f06df000b, en de alinea staat in dat document op bytes 18501 tot 19305.