Citaat | Gerechtshof Den Haag 15 december 2020

Onder 4.8 Gerechtshof Den Haag 15 december 2020

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 15 december 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2274.

Verder heeft KPN er terecht op gewezen dat opvallend is dat de meeste Overeenkomsten zijn aangegaan voor een kortere termijn dan de periode waarvoor het recht van vruchtgebruik is verleend. Op het moment dat de Overeenkomst eindigt, is er immers geen vorderingsrecht meer waarover het vruchtgebruik zich uitstrekt en ontstaan geen "nieuwe vruchten". Anders dan [naam] betoogt, maakt een recht van vertering dit niet anders. Ervan uitgaande dat Telecom Vastgoed de huurpenningen al direct heeft "verteerd", althans niet op een aparte op naam van de Landlord staande rekening heeft veiliggesteld (zie hiervoor onder 4.5), kan bij gebreke van een goed waarop het vruchtgebruik is gevestigd (een vorderingsrecht, of hetgeen ter inning daarvan is ontvangen) van een vruchtgebruik geen sprake (meer) zijn. Aan de essentialia om van een vruchtgebruik te kunnen spreken is dan immers (ook om die reden) niet (meer) voldaan. Telecom Vastgoed probeert echter door middel van in de Akten opgenomen verplichtingen een voortgezet vruchtgebruik af te dwingen. In de Akten is immers (zakelijk weergegeven) bepaald, dat

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd7cecb22354a865c4848b4c7f3671c617c1f3966bd234c5e9b54f95d9a92a64. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd7cecb22354a865c4848b4c7f3671c617c1f3966bd234c5e9b54f95d9a92a64, en de alinea staat in dat document op bytes 47288 tot 48405.