Citaat | Gerechtshof Den Haag 15 december 2020
Onder 5.2 Gerechtshof Den Haag 15 december 2020
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 15 december 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2274.
KPN heeft gesteld dat opvallend is dat over een aantal andere uit de wet volgende, bij vruchtgebruik behorende verplichtingen (bijvoorbeeld art. 3:205, lid 4 BW (jaaropgave), art. 3:206, lid 1 BW (zekerheidstelling)) in de Akten met geen woord is gerept, zodat aannemelijk is dat Telecom Vastgoed zich niet aan die verplichtingen wenst te houden. Telecom Vastgoed heeft dit – mede gelet op hetgeen hiervoor onder 4.5 is overwogen – niet, althans onvoldoende gemotiveerd weersproken. Het hof is daarom van oordeel dat niet kan worden aangenomen dat Telecom Vastgoed zich aan genoemde verplichtingen jegens de Landlords wenst te houden. Dit duidt erop dat het Telecom Vastgoed om de vordering zelf gaat, niet om de vruchten (rente) daarvan. Daarbij komt dat Telecom Vastgoed heeft gesteld dat zij – economisch gezien – niet meer beoogt dan een non-recourse loan , maar dat zij niet, althans onvoldoende overtuigend, heeft toegelicht welk te respecteren belang zij heeft bij de door haar gekozen (op het eerste gezicht niet bij dit doel passende) vruchtgebruikconstructie. Dit maakt dat het hof van oordeel is dat Telecom Vastgoed ook het door KPN gemaakte verwijt van cherry-picking onvoldoende heeft weersproken. Volgens KPN beoogt Telecom Vastgoed materieel de rechten te verkrijgen behorend bij het vruchtgebruik van de onroerende zaak (bijvoorbeeld het recht om – op eigen naam – nieuwe huurovereenkomsten aan te gaan met betrekking tot de onroerende zaak, zie hiervoor onder 4.8), zonder de daarbij behorende verplichtingen (de verhuurdersverplichtingen, bijvoorbeeld de onderhoudsplicht ten aanzien van de onroerende zaak) en zonder gebonden te zijn aan de daarvoor geldende voorwaarden (bijvoorbeeld de leveringsvoorwaarden voortkomend uit artikel 3:89 BW ten aanzien van het vruchtgebruik op die zaak). Zij probeert dit doel zeker te stellen door naast het door haar geclaimde vruchtgebruik van de vorderingen kwalitatieve verbintenissen aan te gaan, die zich moeilijk verhouden tot een recht van vruchtgebruik op de vordering. Het hof acht het in dit kader tekenend dat Telecom Vastgoed op haar website spreekt van "(ver)koop" van de vordering, niet van vruchtgebruik. Ten slotte duidt het feit dat in de Akten kwalitatieve verplichtingen zijn opgenomen in de vorm van een kettingbeding er naar het oordeel van het hof op dat de opstellers van de Akten zich ervan bewust waren dat de afspraken buiten de wettelijke regeling en daarmee buiten de zakelijke werking van het vruchtgebruik vielen. Die verbintenissen zijn immers verbonden aan het registergoed en niet aan de vordering waarop het vruchtgebruik is gevestigd. Zou dat anders zijn, dan zou een kettingbeding niet nodig zijn. Naar het oordeel van het hof is daarom – zo al zou moeten worden geoordeeld dat sprake is van een rechtsgeldig vruchtgebruik – sprake van misbruik van bevoegdheid. (Ook) artikel 3:313 BW staat dus aan een beroep op artikel 3:210 BW in de weg.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd7cecb22354a865c4848b4c7f3671c617c1f3966bd234c5e9b54f95d9a92a64. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd7cecb22354a865c4848b4c7f3671c617c1f3966bd234c5e9b54f95d9a92a64, en de alinea staat in dat document op bytes 50940 tot 53972.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fd7cecb22354a865c4848b4c7f3671c617c1f3966bd234c5e9b54f95d9a92a64 | shasum -a 256