Citaat | Gerechtshof Den Haag 16 juni 2020
Alinea 48 Gerechtshof Den Haag 16 juni 2020
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 16 juni 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2297.
10. In eerste aanleg heeft geïntimeerde in reconventie gevorderd: “te verklaren voor recht dat de legitieme portie van eiser (=appellant; toevoeging hof) op nihil dient te worden gesteld.”. In de randnummers 27 tot en met 43 van de conclusie van antwoord tevens houdende vordering in reconventie stelt geïntimeerde dat in de bedrijfsovername door appellant een materiële gift besloten lag aan de zijde van erflater. Uit het betoog van geïntimeerde volgt dat de materiële gift die besloten ligt in de bedrijfsoverdracht van erflater aan appellant bij de berekening van legitimaire massa alsmede bij het beantwoorden van de vraag of de legitieme van appellant is geschonden moet worden betrokken. Bij conclusie van antwoord in reconventie heeft appellant onder meer gesteld dat erflater en appellant zakelijk hebben gehandeld. Het hof verwijst naar randnummer 9 van de conclusie van antwoord in reconventie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/080f24a9ca23650861775616f08e237f669a93812ebe5bf2fc25d348119f10df. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 080f24a9ca23650861775616f08e237f669a93812ebe5bf2fc25d348119f10df, en de alinea staat in dat document op bytes 15932 tot 16896.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/080f24a9ca23650861775616f08e237f669a93812ebe5bf2fc25d348119f10df | shasum -a 256