Citaat | Gerechtshof Den Haag 16 juni 2020

Alinea 87 Gerechtshof Den Haag 16 juni 2020

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 16 juni 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2297.

gedreven agrarische onderneming moet worden verdeeld. In artikel 9 is expliciet bepaald: “ In afwijking van het bepaalde in de eerste alinea komt aan vennoot sub 1 (=erflater; toevoeging hof) toe de winst, voor zover alsdan nog aanwezig, welke ontstaat door realisatie van de op 1 mei 1986 aanwezige stille reserves in de konform artikel 3 eerste alinea ingebrachte onroerende en roerende goederen, in geval van vervreemding, herwaardering of onttrekking dezer zaken van de maatschap of, indien deze feiten zich niet eerder voordoen, bij beëindiging van de bedrijfsuitoefening.” Appellant kreeg dus bij het aangaan van de overeenkomst van maatschap in 1986 geen aanspraak op de stille reserves die aan de zijde van erflater in zijn agrarische onderneming waren opgebouwd. Bij het aangaan van de overeenkomst van maatschap was er geen bevoordeling van appellant nu erflater zich de stille reserves heeft voorbehouden. In artikel 12 hebben erflater en appellant een regeling opgenomen met betrekking tot het einde van de maatschap. In artikel 13 is geregeld wie van de vennoten de onderneming mag voortzetten na ontbinding van de maatschap.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/080f24a9ca23650861775616f08e237f669a93812ebe5bf2fc25d348119f10df. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 080f24a9ca23650861775616f08e237f669a93812ebe5bf2fc25d348119f10df, en de alinea staat in dat document op bytes 33947 tot 35138.