Citaat | Gerechtshof Den Haag 16 juni 2020
Alinea 88 Gerechtshof Den Haag 16 juni 2020
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 16 juni 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2297.
26. Het is in 1997 de wens van erflater geweest om uit de overeenkomst van maatschap te treden. Erflater was derhalve gebonden aan hetgeen hij met appellant in 1986 is overeengekomen indien de overeenkomst van maatschap zou worden beëindigd. Uit artikel 13 van de overeenkomst van maatschap volgt dat het aandeel van de vennoot die uit de maatschap treedt verblijft aan de voortzettende vennoot. De vennoot die de onderneming voortzet - in deze appellant - was gehouden om de waarde van het aandeel van de uittredende vennoot – in deze erflater – te betalen. De betaling mocht zelfs plaatsvinden in tien jaarlijks gelijke bedragen. Indien appellant was uitgetreden uit de maatschap was hij ook gehouden om op basis van dezelfde voorwaarden zijn aandeel in het maatschapsvermogen aan erflater over te dragen. Er is dus sprake van wederkerigheid van de verplichtingen. Er was dus niet sprake van een eenzijdig voortzettingsrecht aan de zijde van appellant, waaruit naar het oordeel van het hof ook het zakelijke karakter van de overeenkomst van maatschap blijkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/080f24a9ca23650861775616f08e237f669a93812ebe5bf2fc25d348119f10df. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 080f24a9ca23650861775616f08e237f669a93812ebe5bf2fc25d348119f10df, en de alinea staat in dat document op bytes 35158 tot 36237.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/080f24a9ca23650861775616f08e237f669a93812ebe5bf2fc25d348119f10df | shasum -a 256