Citaat | Gerechtshof Den Haag 16 juni 2020
Alinea 90 Gerechtshof Den Haag 16 juni 2020
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 16 juni 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2297.
28. Het stond erflater in 1997 contractueel niet vrij, om de goederen die behoorden tot het maatschapsvermogen of de goederen die hij op basis van het maatschapscontract aan appellant diende over te dragen, aan een willekeurige derde te verkopen. Als gevolg van de overeenkomst van maatschap kan de vrije verkoopwaarde - waaronder het hof verstaat, de beste prijs die de verkoper kan verkrijgen onder de meest gunstige marktomstandigheden -geen uitgangspunt vormen. Bepalend voor de waardering van de waarde van het maatschapsaandeel van erflater, alsmede de waardering van de goederen die erflater aan appellant diende over te dragen is dus hetgeen partijen in de overeenkomst van maatschap met elkaar zijn overeengekomen. Het hof verwijst naar: Hoge Raad 3 mei 1968 NJ 1968/267.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/080f24a9ca23650861775616f08e237f669a93812ebe5bf2fc25d348119f10df. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 080f24a9ca23650861775616f08e237f669a93812ebe5bf2fc25d348119f10df, en de alinea staat in dat document op bytes 37769 tot 38562.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/080f24a9ca23650861775616f08e237f669a93812ebe5bf2fc25d348119f10df | shasum -a 256