Citaat | Gerechtshof Den Haag 16 juni 2020

Alinea 96 Gerechtshof Den Haag 16 juni 2020

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 16 juni 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2297.

34. Uit het testament van erflater van 19 december 2011 blijkt niet dat erflater er zich rekenschap van heeft gegeven dat hij al in 1986 met appellant in de overeenkomst van maatschap heeft bepaald hoe de bedrijfsoverdracht in zijn werk zal gaan. Dat erflater wellicht in 1997 of in 2011 bij het passeren van zijn testament andere gedachtes heeft gekregen doet er niet aan af dat hij zich in 1986 al jegens appellant contractueel had verbonden. Naar het oordeel van het hof ligt in deze bedrijfsoverdracht geen gift besloten. De grieven van appellant treffen dus doel. Hetgeen overigens door partijen is gesteld, en het door geïntimeerde gedane bewijsaanbod, acht het hof niet relevant voor zijn oordeel en het hof gaat daar ook niet verder op in.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/080f24a9ca23650861775616f08e237f669a93812ebe5bf2fc25d348119f10df. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 080f24a9ca23650861775616f08e237f669a93812ebe5bf2fc25d348119f10df, en de alinea staat in dat document op bytes 43571 tot 44335.