Citaat | Gerechtshof Den Haag 9 december 2020
Onder 6.4 Gerechtshof Den Haag 9 december 2020
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 9 december 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2344.
Ter zitting van 7 oktober 2020 heeft de advocaat-generaal aangevoerd dat zij de redenering van beklaagde [beklaagde 2] kan volgen dat de feiten die zijn onderzocht geen grond gaven voor verdenking en dat de statutaire positie daar evenmin grond voor geeft. De gevolgtrekking daaruit van beklaagde dat er dus “niets is beslist omdat er niet hoefde te worden beslist” volgt zij niet. Het strafrechtelijk onderzoek heeft immers ook plaatsgevonden naar mogelijk strafrechtelijk handelen van de betrokken individuen. Ook in het Feitenrelaas Openbaar Ministerie wordt daarop ingegaan. Een aangifte van klager tegen [beklaagde 2] is niet nodig, alvorens men een 12 Sv-klacht kan indienen. Het gaat om de vraag of er (expliciet) een situatie was van niet-vervolgen jegens [beklaagde 2], en die was er volgens de advocaat-generaal.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eeffd1df01b7e6707a7a393af6a689d6d6e30db2b8e88b4a335672702bc1adff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eeffd1df01b7e6707a7a393af6a689d6d6e30db2b8e88b4a335672702bc1adff, en de alinea staat in dat document op bytes 46970 tot 47811.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eeffd1df01b7e6707a7a393af6a689d6d6e30db2b8e88b4a335672702bc1adff | shasum -a 256