Citaat | Gerechtshof Den Haag 9 december 2020

Onder 6.5 Gerechtshof Den Haag 9 december 2020

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 9 december 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2344.

Hoewel in de transactieovereenkomst slechts de rechtspersoon ING wordt genoemd, acht het hof het aannemelijk dat in een strafrechtelijk onderzoek naar een rechtspersoon ook de bij die rechtspersoon betrokken personen in ogenschouw worden genomen. Behoudens beperkingen volgens de statuten is het bestuur van een vennootschap belast met de dagelijkse leiding en het beleid van de vennootschap. De feitelijke uitoefening van het bestuur binnen ING geschiedt door natuurlijke personen. Het hof leidt hieruit af dat het Openbaar Ministerie daarmee ook de beslissing heeft genomen om geen vervolging in te stellen tegen individuele natuurlijk personen in het onderzoek Houston en dat er derhalve impliciet sprake is van een situatie van niet-vervolgen ten aanzien van beklaagde [beklaagde 2]. Dit is ook het standpunt van de advocaat-generaal.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eeffd1df01b7e6707a7a393af6a689d6d6e30db2b8e88b4a335672702bc1adff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eeffd1df01b7e6707a7a393af6a689d6d6e30db2b8e88b4a335672702bc1adff, en de alinea staat in dat document op bytes 48581 tot 49434.