Citaat | Gerechtshof Den Haag 9 december 2020

Onder 1.3 Gerechtshof Den Haag 9 december 2020

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 9 december 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2344.

Bij tussenbeschikking van 30 september 2019 heeft het hof klager ontvankelijk verklaard in het beklag (met betrekking tot beklaagde ING). Het hof heeft toen de behandeling van het beklag aangehouden tot 18 december 2019 en de advocaat-generaal verzocht het hof te informeren over de stukken van het onderliggende dossier en het hof tenminste een omschrijving te geven van wat het onderzoek Houston behelst. Voorts heeft het hof de advocaat-generaal verzocht de onderliggende stukken, in ieder geval de stukken waarnaar in het Feitenrelaas Houston wordt verwezen en waarop het Openbaar Ministerie de beoordeling heeft gebaseerd, aan het hof ter beschikking te stellen. Het hof heeft daarbij aangegeven dat de voorzitter van het hof, met inachtneming van artikel 12f Sv, na kennisneming van het dossier zal bepalen welke stukken aan klager en zijn raadslieden (al dan niet geanonimiseerd) ter beschikking worden gesteld of ter inzage worden aangeboden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eeffd1df01b7e6707a7a393af6a689d6d6e30db2b8e88b4a335672702bc1adff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eeffd1df01b7e6707a7a393af6a689d6d6e30db2b8e88b4a335672702bc1adff, en de alinea staat in dat document op bytes 8184 tot 9148.