Citaat | Gerechtshof Den Haag 15 december 2020

Onder 3.28. Gerechtshof Den Haag 15 december 2020

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 15 december 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2366.

Voorop staat dat het redelijk moet zijn dat een voordeel in mindering wordt gebracht op de schade. Het hof is van oordeel dat die toets meebrengt dat de waarde van de gronden op het moment dat ze door de levering in het vermogen van [appellante] terecht kwamen als ijkpunt moet worden genomen bij de berekening van het voordeel. Dat de gronden later, toen ze uit het vermogen van [appellante] wegvloeiden meer waard waren geworden, kan in redelijkheid niet meer als voordeel als gevolg van de wanprestatie worden gezien: dat [appellante] de beslissing heeft genomen om de gronden in 1982 niet voor de toenmalige marktwaarde te gelde te maken, maar heeft besloten om deze te houden en deze later (deels via de verkoop van aandelen) heeft verkocht, is een ondernemingsbeslissing die los staat van de wanprestatie. Ter verduidelijking: als [appellante] zou hebben besloten om de gronden in 1982 meteen te verkopen, de opbrengst had belegd in lucratieve beursfondsen die zij in 1998 met forse winst had verkocht, dan zou het ook niet redelijk zijn om die beleggingswinst als een voordeel te zien dat in mindering moet worden gebracht op de schade. Het standpunt van de gemeente wordt verworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08aa2f6010d20326fcab4c258cd06573d387a51d5073fddafd3be6ed13f904f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08aa2f6010d20326fcab4c258cd06573d387a51d5073fddafd3be6ed13f904f9, en de alinea staat in dat document op bytes 38241 tot 39444.