Citaat | Gerechtshof Den Haag 9 december 2020
Onder 8.2 Gerechtshof Den Haag 9 december 2020
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 9 december 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2480.
Ter zitting hebben partijen desgevraagd verklaard dat zowel op 20 augustus 2018 als op 16 november 2018 een hoorzitting heeft plaatsgevonden. Uit de mailwisseling volgt dat [de Heffingsambtenaar] aan zijn verplichting zoals neergelegd in artikel 7:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de op de zaak betrekking hebbende stukken ten minste een week voor de hoorzitting ter inzage moet leggen, heeft voldaan. De rechtbank is, onder verwijzing naar ECLI:NL:GHAMS:2018:2706, van oordeel dat [de Heffingsambtenaar] niet verplicht is de stukken toe te sturen. De stellingen van [belanghebbende] dat het in dit digitale tijdperk achterhaald is om de stukken niet te mailen en dat het beter is voor het milieu om niet naar [de Heffingsambtenaar] te reizen om de stukken in te zien, wijzigen dit oordeel niet. Het beroep van [belanghebbende] op artikel 6:17 van de Awb kan al niet slagen omdat dit artikel op de goede procesorde ziet en niet meer inhoudt dan dat de stukken die naar de eisende partij zou worden gezonden, aan de gemachtigde van de eisende partij worden verzonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/87f26615614344332d006015f359cfa895ad2de4cf655dd41ea63c0ae8c9a06e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 87f26615614344332d006015f359cfa895ad2de4cf655dd41ea63c0ae8c9a06e, en de alinea staat in dat document op bytes 19712 tot 20814.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/87f26615614344332d006015f359cfa895ad2de4cf655dd41ea63c0ae8c9a06e | shasum -a 256