Citaat | Gerechtshof Den Haag 21 januari 2020

Onder 5.10 Gerechtshof Den Haag 21 januari 2020

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 21 januari 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:26.

Door de verlenging van de steigers met de meerpalen ontstaat echter een nieuwe situatie, waarbij zowel het aantal overschrijdingen van de scheidingslijn als de mate van overschrijding aanzienlijk zullen toenemen. De Staat heeft aangevoerd, met een beroep op het rapport van MARIN (productie 18 van Kerkewaard in eerste aanleg), dat in deze nieuwe situatie reële gebruiksmogelijkheden van het noordelijke deel voor Kerkewaard overblijven. MARIN heeft geconstateerd dat de verlenging van de steigers niet zorgt voor een beperking van de gebruiksmogelijkheden van de laad- en loskade aan de noordzijde van de haven. Die laad- en loskade behoort echter niet tot het noordelijke deel, maar tot het gedeelte van het perceel dat aan NedCargo is overgedragen. Voor Kerkewaard zijn de gebruiksmogelijkheden van het noordelijke deel van belang. Uit het rapport van Arcadis komt naar voren dat als gevolg van de verlenging van de steigers met de meerpalen twee mogelijke scenario’s voor het gebruik van het noordelijke deel geen doorgang zullen kunnen vinden: de opslag van schepen en de plaatsing van een drijvende voorziening voor het aanmeren van schepen. De Staat heeft aangevoerd dat dit toekomstige scenario’s zijn en dat een gerede kans bestaat dat deze scenario’s niet gerealiseerd zullen kunnen worden. Volgens de Staat is het namelijk de vraag of de voor deze scenario’s benodigde ontheffingen en vergunningen verleend zullen worden, aangezien Rijkswaterstaat als nautisch beheerder van de overnachtingshaven niet zal toestaan dat in het noordelijke deel voorzieningen worden aangebracht waardoor schepen die gebruik willen maken van de overnachtingshaven worden gehinderd. Dit kan de Staat echter niet aan Kerkewaard tegenwerpen, voor zover deze hinder zijn oorsprong vindt in de toename van het gebruik van het noordelijke deel als gevolg van de verlenging van de steigers met de meerpalen. Daarbij komt dat Kerkewaard zich tegen een aantasting van haar eigendomsrecht kan verzetten zonder dat op voorhand komt vast te staan welke vormen van exploitatie van haar eigendomsrecht door die aantasting worden belemmerd. Dat zou anders kunnen zijn indien reeds zonder de verlenging van de steigers met de meerpalen geen enkel zinvol gebruik van het noordelijke deel meer mogelijk zou zijn. In dat geval zou Kerkewaard zich schuldig kunnen maken aan misbruik van recht, als zij zich op grond van haar eigendomsrecht tegen de verlenging van de steigers zou verzetten. Dat heeft de Staat echter niet aangevoerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f41b484a7cf37a4e9b52a423553041ed4f5a3421fdbfce08d9602c69bae0ea38. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f41b484a7cf37a4e9b52a423553041ed4f5a3421fdbfce08d9602c69bae0ea38, en de alinea staat in dat document op bytes 37901 tot 40428.