Citaat | Gerechtshof Den Haag 21 januari 2020

Onder 5.12 Gerechtshof Den Haag 21 januari 2020

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 21 januari 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:26.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat Kerkewaard zich op grond van haar eigendomsrecht tegen de verlenging van de steigers met de meerpalen kan verzetten, vanwege de intensivering van het gebruik van het noordelijke deel die het gevolg is van deze verlenging. Hier doet de eerdere vaststelling dat het noordelijke deel als openbaar vaarwater moet worden aangemerkt niet aan af. Die vaststelling is immers gebaseerd op het feitelijk gebruik van het noordelijke deel vóór de plaatsing van de meerpalen. De duldplicht van Kerkewaard is daarmee beperkt tot dat feitelijke gebruik, en gaat niet zover dat Kerkewaard ook de intensivering van het gebruik van het noordelijke deel als gevolg van de plaatsing van de meerpalen moet dulden. De Staat heeft nog een beroep gedaan op de (formele rechtskracht van de) omgevingsvergunning voor de plaatsing van de meerpalen. Deze staat er echter niet aan in de weg dat Kerkewaard zich in een procedure bij de burgerlijke rechter op haar eigendomsrecht beroept. Grief III van Kerkewaard slaagt dus.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f41b484a7cf37a4e9b52a423553041ed4f5a3421fdbfce08d9602c69bae0ea38. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f41b484a7cf37a4e9b52a423553041ed4f5a3421fdbfce08d9602c69bae0ea38, en de alinea staat in dat document op bytes 42046 tot 43096.