Citaat | Gerechtshof Den Haag 3 december 2020

Alinea 78 Gerechtshof Den Haag 3 december 2020

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 3 december 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2928.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling van zijn toenmalige echtgenote. Daarbij heeft de verdachte haar onder meer tegen haar hoofd en lichaam geslagen, geschopt en haar tegen de muur geduwd. De verdachte heeft daarmee op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer en haar veel pijn en letsel bezorgd. Bovendien heeft de mishandeling plaatsgevonden in de woning waar de verdachte en het slachtoffer samenwoonden; een omgeving waar het slachtoffer zich bij uitstek veilig had moeten kunnen voelen. Voorts leert de algemene ervaring dat slachtoffers van huiselijk geweld doorgaans geruime tijd worden geconfronteerd met de psychische gevolgen van wat hen is aangedaan, hetgeen in dit geval ook is gebleken uit de voorgedragen slachtofferverklaring ter terechtzitting in hoger beroep.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7d2c65eac5a81d8e210696c0b6017cbf94cf7f0a01a5dea458ff1f38ac2fc34d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7d2c65eac5a81d8e210696c0b6017cbf94cf7f0a01a5dea458ff1f38ac2fc34d, en de alinea staat in dat document op bytes 22607 tot 23477.