Citaat | Gerechtshof Den Haag 17 maart 2020
Alinea 32 Gerechtshof Den Haag 17 maart 2020
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 17 maart 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:460.
11. Het hof is, alles afwegende, van oordeel dat Solutions niet in het bewijs is geslaagd dat partijen op 27 juni 2016 een uitzendovereenkomst fase 3 hebben gesloten voor bepaalde tijd tot 2 oktober 2016. De verklaringen van de getuigen [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [betrokkene 3] wijken op essentiële punten van elkaar af. Zo verklaart [betrokkene 1] dat hij [appellant] rond 10 uur in de ochtend naar het kantoor heeft gebracht, waar op dat moment ook [betrokkene 3] en [betrokkene 2] kwamen, terwijl [betrokkene 2] verklaart dat hij pas later rond de middag binnenkwam. Verder verklaart [betrokkene 2] dat alle bladzijdes van het contract open op tafel lagen om te worden vertaald en besproken, terwijl [betrokkene 3] verklaart dat er twee contracten waren in plastic mapjes die, afgezien van een korte toelichting, verder niet vertaald of besproken werden. Het hof kan niet uitsluiten dat de herinneringen van de getuigen op deze punten door het tijdsverloop kunnen verschillen en dat zij zich daarom niet meer goed kunnen herinneren of (bijvoorbeeld) de ondertekening in de loop van de ochtend plaatsvond of juist in de middag, en of de contracten wel of niet in plastic mapjes zaten en/of zijn vertaald en besproken met [appellant] . Echter, dit zijn niet de enige punten waarop twijfel bestaat over de juistheid van de verklaringen. De getuigen verklaren alle drie dat [appellant] op die 27e juni niet in de avond heeft gewerkt, maar uit de overgelegde werkplanningen uit die periode, die wekelijks gemaakt werden door [betrokkene 7] van [bedrijf 1] en die meestal op zondag aan alle werknemers werden gestuurd, blijkt dat [appellant] op 27 juni 2016 stond ingeroosterd om te komen werken van 18.00 uur tot 22.00 uur. Dat dit op een vergissing van de zijde van [betrokkene 7] berustte en dat deze werkplanning op zondagavond 26 juni nog moet zijn gewijzigd, zoals [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [betrokkene 3] hebben verklaard, is naar het oordeel van het hof onaannemelijk in het licht van alle andere werkplanningen uit die periode waarin [appellant] ook vaak op deze zelfde werktijden staat ingeroosterd. Daarbij komt dat de in contra-enquête gehoorde getuigen hebben bevestigd dat de werkplanningen van [betrokkene 7] in beginsel niet meer wijzigden, en dat [appellant] in die tijd vaak werkte van 18.00 uur tot 22.00 uur. Het hof gaat er daarom van uit dat [appellant] op 27 juni 2016 heeft gewerkt van 18.00 uur tot 22.00 uur. Dit betekent dat de verklaringen van [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [betrokkene 3] dat [appellant] die dag na zijn werk op kantoor is geweest om het fase 3-contract te ondertekenen, niet kunnen kloppen. Dat hun verklaringen niet juist zijn, wordt ondersteund door de verklaringen van de getuigen die in contra-enquête zijn gehoord, waaronder de verklaring van [appellant] dat hij nooit een fase 3-contract heeft getekend en de verklaring van [betrokkene 6] dat [appellant] hem op het werk vertelde dat hij verbaasd was dat er opeens fase 3 op zijn loonstrookje stond, zonder dat hij hierover was gebeld en zonder dat hij een contract had ondertekend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17033c2169b2e6387699e5b5dd5ff11f0f100b9dd2e098466b1a87ece0173189. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17033c2169b2e6387699e5b5dd5ff11f0f100b9dd2e098466b1a87ece0173189, en de alinea staat in dat document op bytes 18933 tot 22053.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/17033c2169b2e6387699e5b5dd5ff11f0f100b9dd2e098466b1a87ece0173189 | shasum -a 256