Citaat | Gerechtshof Den Haag 17 maart 2020
Alinea 34 Gerechtshof Den Haag 17 maart 2020
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 17 maart 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:460.
13. Het hof heeft in zijn tussenbeschikking van 4 december 2018 overwogen dat de vraag of het uitzendbeding als vermeld in (het hier toepasselijke) artikel 13 lid 3 van de NBBU-CAO ingeval van ziekte rechtsgeldig is, bij wege van prejudiciële vraag zou kunnen worden voorgelegd aan de Hoge Raad. Alles afwegende is het hof van oordeel dat dit niet nodig is. Het hof acht zich voldoende in staat om deze vraag zelf te beslissen en overweegt hierover als volgt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17033c2169b2e6387699e5b5dd5ff11f0f100b9dd2e098466b1a87ece0173189. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17033c2169b2e6387699e5b5dd5ff11f0f100b9dd2e098466b1a87ece0173189, en de alinea staat in dat document op bytes 22566 tot 23039.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/17033c2169b2e6387699e5b5dd5ff11f0f100b9dd2e098466b1a87ece0173189 | shasum -a 256