Citaat | Gerechtshof Den Haag 7 april 2020

Alinea 60 Gerechtshof Den Haag 7 april 2020

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 7 april 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:577.

18. Op het voorgaande stuiten de grieven, zowel in het principaal als in het incidenteel appel, af. Bij verdere afzonderlijke bespreking van de grieven bestaat onvoldoende belang. Het bewijsaanbod van beide partijen dient als te vaag – nu het onvoldoende duidelijk is betrokken op voldoende geconcretiseerde stellingen – dan wel niet ter zake dienende – nu geen feiten zijn gesteld die, indien bewezen, tot andere oordelen aanleiding geven – te worden gepasseerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eefc87f643039b6806be14842c066f3375dd1a5bbbebc06e56cd0dce2fbf5b17. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eefc87f643039b6806be14842c066f3375dd1a5bbbebc06e56cd0dce2fbf5b17, en de alinea staat in dat document op bytes 26722 tot 27206.