Citaat | Gerechtshof Den Haag 25 februari 2020
Alinea 105 Gerechtshof Den Haag 25 februari 2020
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 25 februari 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:751.
17. Uit het voorgaande volgt dat het hof geen aanleiding ziet voor het stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad of aan het EHRM. Een verplichting daartoe bestaat ook niet. Ten aanzien van het meest principiële bezwaar heeft het EHRM bovendien reeds uitgemaakt dat de wijze van sanctieoplegging niet in strijd met het EVRM is. Dit betekent dat ook grief 1 faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ae75acbecbdb7117ff0378ddf4efa71c8819a0dbd3270ff02ea238c32ee0b7d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ae75acbecbdb7117ff0378ddf4efa71c8819a0dbd3270ff02ea238c32ee0b7d, en de alinea staat in dat document op bytes 41214 tot 41601.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ae75acbecbdb7117ff0378ddf4efa71c8819a0dbd3270ff02ea238c32ee0b7d | shasum -a 256