Citaat | Gerechtshof Den Haag 25 februari 2020
Onder 8.1. Gerechtshof Den Haag 25 februari 2020
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 25 februari 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:751.
Daartoe neemt het hof het volgende in aanmerking. - Bezwaren ten aanzien van de (concrete uitvoering van de) Wahv kunnen door de betrokkene naar voren worden gebracht in de daarvoor geëigende, hierboven omschreven Wahv-procedure. Via exceptieve toetsing kan in dat verband ook aan de orde worden gesteld of de Wahv in strijd is met hogere regelgeving. - Zoals hierboven reeds is overwogen, blijkt uit vaste rechtspraak dat de Wahv-procedure een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang is en betekent dit dat als deze rechtsgang niet of vergeefs is doorlopen, de civiele rechter uit moet gaat van de rechtmatigheid van de omstreden boetebeschikking(en). - Andersom geldt dat, indien de bestuursrechter een besluit heeft vernietigd, de onrechtmatigheid van het besluit uitgangspunt is en ook de schuld van het betrokken bestuursorgaan in beginsel is gegeven (o.a. HR 26 september 1986, ECLI:NL:HR:1986:AC9505; NJ 1987, 253, waarbij de bestuursrechter het besluit had vernietigd wegens strijd met de wet).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ae75acbecbdb7117ff0378ddf4efa71c8819a0dbd3270ff02ea238c32ee0b7d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ae75acbecbdb7117ff0378ddf4efa71c8819a0dbd3270ff02ea238c32ee0b7d, en de alinea staat in dat document op bytes 26524 tot 27583.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ae75acbecbdb7117ff0378ddf4efa71c8819a0dbd3270ff02ea238c32ee0b7d | shasum -a 256