Citaat | Gerechtshof Den Haag 25 februari 2020
Onder 8.2. Gerechtshof Den Haag 25 februari 2020
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 25 februari 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:751.
- Van belang is ook dat [appellante] pas enkele jaren nadat de boetes waren opgelegd (2006-2012), beroep bij de officier van justitie heeft ingesteld. In het beroepschrift wordt geen beroep gedaan op de verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding en van verschoonbaarheid is het hof ook niet gebleken. De beschikkingen zijn conform de wet steeds naar het GBA-adres van [appellante] gestuurd (zie hierboven onder 6.2. sub a). De Staat wijst er terecht op dat uit vaste rechtspraak volgt dat moet worden aangenomen dat de beschikkingen op de juiste wijze zijn verzonden, wanneer zij per gewone post naar het GBA-adres zijn gestuurd en niet onbestelbaar retour zijn gekomen. Voor zover [appellante] destijds geen voorziening heeft getroffen om ervoor te zorgen dat post aan haar GBA-adres haar ook zou bereiken, komt dit voor haar risico.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ae75acbecbdb7117ff0378ddf4efa71c8819a0dbd3270ff02ea238c32ee0b7d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ae75acbecbdb7117ff0378ddf4efa71c8819a0dbd3270ff02ea238c32ee0b7d, en de alinea staat in dat document op bytes 30246 tot 31111.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ae75acbecbdb7117ff0378ddf4efa71c8819a0dbd3270ff02ea238c32ee0b7d | shasum -a 256