Citaat | Gerechtshof Den Haag 25 februari 2020

Onder 8.5. Gerechtshof Den Haag 25 februari 2020

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 25 februari 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:751.

9. De bezwaren van [appellante] tegen het Wahv-systeem zijn inhoudelijk ook onjuist. Het EHRM heeft de wijze van sanctieoplegging in de Wahv, óók via registercontrole, reeds verenigbaar geacht met de door het EVRM gewaarborgde rechten. Daarbij heeft het EHRM telkens overwogen dat de betrokkene aan wie een sanctie is opgelegd, de mogelijkheid heeft om deze beslissing voor volledige toetsing aan de rechter voor te leggen (EHRM 19 oktober 2004, no. 66273/01, NJ 2005/429, Falk t. Nederland, en EHRM 13 februari 2012, no. 7094/06, NJ 2013/484, Romet t. Nederland). Dat het in Romet ging om gedragingen in het verkeer door een ander, terwijl het in deze zaak gaat om de situatie waarin in feite in het geheel geen sprake is van verkeersgedragingen in Nederland (grief 5), doet daaraan niet af. In beide gevallen geldt dat betrokkene de bezwaren kan voorleggen aan officier van justitie en Wahv-rechter en dat het EHRM dit afdoende vond. Ook de Hoge Raad (HR 16 februari 2016 ECLI:NL:HR:2016:240, cassatie in het belang der wet) heeft uitgemaakt dat automatische sanctieoplegging, zonder voorafgaand onderzoek naar eventuele bijzondere omstandigheden en zonder het voorafgaand horen van de betrokkene, toelaatbaar is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ae75acbecbdb7117ff0378ddf4efa71c8819a0dbd3270ff02ea238c32ee0b7d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ae75acbecbdb7117ff0378ddf4efa71c8819a0dbd3270ff02ea238c32ee0b7d, en de alinea staat in dat document op bytes 33118 tot 34349.