Citaat | Gerechtshof Den Haag 25 februari 2020
Onder 8.5. Gerechtshof Den Haag 25 februari 2020
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 25 februari 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:751.
13. De kantonrechter controleert of de betrokkene behoorlijk is opgeroepen. Dat is hier ook gebeurd, zo blijkt uit de beschikkingen. Daaraan doet niet af dat sprake is van een “voorgedrukte regel” zoals [appellante] opmerkt. [appellante] is conform de wet opgeroepen per gewone brief aan haar GBA-adres. Als [appellante] de oproepen niet heeft ontvangen komt dit, behoudens bijzondere omstandigheden die niet zijn gesteld, voor haar risico (zie ook hierboven onder 8.2.). Er is geen rechtsregel op grond waarvan iemand jegens wie een machtiging tot gijzeling is gevorderd, slechts uitdrukkelijk en schriftelijk afstand kan doen van het recht om te worden gehoord, zoals [appellante] betoogt. Evenmin is er een rechtsregel die bepaalt dat beschikkingen waarbij een machtiging tot gijzeling wordt gegeven, aangetekend verstuurd moeten worden en/of dat dergelijke beschikkingen betekend moeten worden
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ae75acbecbdb7117ff0378ddf4efa71c8819a0dbd3270ff02ea238c32ee0b7d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ae75acbecbdb7117ff0378ddf4efa71c8819a0dbd3270ff02ea238c32ee0b7d, en de alinea staat in dat document op bytes 37740 tot 38655.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ae75acbecbdb7117ff0378ddf4efa71c8819a0dbd3270ff02ea238c32ee0b7d | shasum -a 256