Citaat | Gerechtshof Den Haag 31 maart 2020

Onder 5.6. Gerechtshof Den Haag 31 maart 2020

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 31 maart 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:784.

Vervolgens is de toepassing van het bepaalde in artikel 15, lid 4, eerste volzin, van de Wet OB 1968 in geschil. Daarin is bepaald - voor zover hier van belang - dat de aftrek plaatsvindt overeenkomstig de bestemming van de goederen of diensten op het tijdstip waarop de belasting aan de ondernemer in rekening wordt gebracht dan wel op het tijdstip waarop de belasting wordt verschuldigd. Indien op het tijdstip waarop de ondernemer goederen en diensten gaat gebruiken, blijkt, dat de belasting ter zake voor een groter gedeelte in aftrek is gebracht dan waartoe de ondernemer op grond van het gebruik is gerechtigd, wordt hij de te veel afgetrokken belasting op dat tijdstip verschuldigd. De verschuldigd geworden belasting wordt op de voet van artikel 14 voldaan. Te weinig afgetrokken belasting wordt aan hem op zijn verzoek teruggegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/692d7aeb2126179746f30073c46e5e877be58fefb8e73f8dd4a5f6785eec39a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 692d7aeb2126179746f30073c46e5e877be58fefb8e73f8dd4a5f6785eec39a2, en de alinea staat in dat document op bytes 37982 tot 38838.