Citaat | Gerechtshof Den Haag 1 april 2020
Onder 5.1.4. Gerechtshof Den Haag 1 april 2020
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 1 april 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:789.
De conclusie die uit het voorgaande volgt, is dat met vraag 37 opgave werd verlangd van een gegeven waarvan de kennisneming van belang kan zijn voor de onderhavige heffing van inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Belanghebbende was dan ook, ingevolge het bepaalde in artikel 7, lid 1, AWR in verbinding met artikel 8, lid 1, aanhef en onderdeel a, AWR, gehouden die vraag duidelijk, stellig en zonder voorbehoud te beantwoorden. Nu belanghebbende niet aan deze verplichting heeft voldaan, heeft hij niet de vereiste aangifte gedaan (vgl. HR 17 april 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC4552, BNB 1991/179). Het gevolg is dat het hoger beroep van belanghebbende ongegrond moet worden verklaard, tenzij is gebleken dat en in hoeverre de uitspraak op bezwaar onjuist is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bb10e9275f54b06c192e04f3c96310c6f6212f74b1f0c5b669bf42ba78a5ced. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bb10e9275f54b06c192e04f3c96310c6f6212f74b1f0c5b669bf42ba78a5ced, en de alinea staat in dat document op bytes 36365 tot 37146.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4bb10e9275f54b06c192e04f3c96310c6f6212f74b1f0c5b669bf42ba78a5ced | shasum -a 256