Citaat | Gerechtshof Den Haag 7 april 2020

Onder 8.3 Gerechtshof Den Haag 7 april 2020

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 7 april 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:863.

10. Nu geen van beide partijen de door hen voorgestane waarde aannemelijk maakt, stelt de rechtbank deze schattenderwijs vast op € 4.000.000,-. Hierbij betrekt de rechtbank de door [de heffingsambtenaar] aangehouden grondwaarde en een restwaarde van de ruwbouw van de op- stallen van 20%. De rechtbank realiseert zich dat deze schatting niet ver ligt van de door [de hef- fingsambtenaar] vastgestelde waarde, maar in eerste instantie staat ter beoordeling of [de hef- fingsambtenaar] aannemelijk maakt dat de door hem vastgestelde waarde niet te hoog is en dat doet hij dus niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bbc4ac59979dd3bbdc89a7b5697aeed0af920825a521147c0dc8e7374adc6f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bbc4ac59979dd3bbdc89a7b5697aeed0af920825a521147c0dc8e7374adc6f8, en de alinea staat in dat document op bytes 44744 tot 45338.