Citaat | Gerechtshof Den Haag 7 april 2020

Onder 5.29. Gerechtshof Den Haag 7 april 2020

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 7 april 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:863.

Naar volgt uit het arrest van de Hoge Raad van 10 juli 2015, nr. 14/05142, ECLI:NL:HR:2015:1818, brengt een redelijke verdeling van de bewijslast mee dat, nu de heffingsambtenaar zich op het standpunt heeft gesteld dat geen sprake is van functionele ver- oudering, het op de weg ligt van belanghebbende om de feiten die meebrengen dat sprake is van functionele veroudering te stellen en bij betwisting aannemelijk te maken. Indien en voor zover belanghebbende aan deze stelplicht en bewijslast heeft voldaan, komt de vraag aan de orde of de heffingsambtenaar bij de waardevaststelling in voldoende mate rekening heeft gehouden met het waardeverminderende effect dat uitgaat van de functionele veroude- ring. Bij de beantwoording van die laatste vraag moet als leidraad worden genomen hetgeen in het eerder genoemde arrest van de Hoge Raad van 14 oktober 2005, nr. 40.299, ECLI:NL:HR:2005:AU4300, is overwogen over de bewijsvolgorde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bbc4ac59979dd3bbdc89a7b5697aeed0af920825a521147c0dc8e7374adc6f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bbc4ac59979dd3bbdc89a7b5697aeed0af920825a521147c0dc8e7374adc6f8, en de alinea staat in dat document op bytes 85536 tot 86481.