Citaat | Gerechtshof Den Haag 19 mei 2020
Onder 5.16. Gerechtshof Den Haag 19 mei 2020
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 19 mei 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:901.
Belanghebbende heeft gesteld dat slechts zeven werknemers zijn ingeleend/gedetacheerd en dat de overige werknemers van [Y] BV niet ter beschikking zijn gesteld omdat zij op kantoor van [Y] BV bleven werken. Die omstandigheid staat niet aan inlening c.q. ter beschikkingstelling in de weg. Zowel de werknemers die op een andere locatie dan bij [Y] BV voor de hoofdopdrachtgevers werkten, als degenen die bij [Y] werkten, verrichten hun werkzaamheden direct voor de hoofdopdrachtgevers en niet voor belanghebbende en ook niet voor [Y] BV zelf. De omstandigheid dat gewerkt werd op kantoor van [Y] BV maakt niet dat deze de leiding had over de ingezette werknemers. Als zij op kantoor van [Y] BV werkten, werkten zij in de systemen van de hoofdopdrachtgevers - dat waren zij verplicht - of maakten zij gebruik van de door de hoofdopdrachtgever verplicht gestelde systemen. Ook als zij op kantoor van [Y] BV werkten, waren de ingeleende werknemers aan leiding of toezicht van de hoofdopdrachtgevers onderworpen. Belanghebbende betwist dat en doet een beroep op verklaringen afgelegd door o.a. [K2] , [L2] en [M2] , Deze verklaringen brengen het Hof echter niet tot een ander oordeel. De omstandigheid dat een werknemer werd ingeleend omdat hij goed overweg kon met, kennis had van en daardoor kon werken met bepaalde software staat er niet aan in de weg dat sprake is van inlenen of doorlenen. Niet aannemelijk is dat een vorm van intellectuele arbeid of geestelijke arbeid werd verricht waardoor geen sprake zou kunnen zijn van inlening. Evenmin is dat het geval wanneer iemand optreedt als ploegleider en zelf leiding geeft namens de hoofdopdrachtgever aangezien dat niet uitsluit dat hij zelf geen aanwijzingen kon ontvangen vanuit de hoofdopdrachtgever, bijvoorbeeld door de projectmanager. Dat deze de voortgang bewaakte op basis van cijfers en slechts enige sturing gaf, maakt dat niet anders. Uit de verklaringen blijkt verder dat het ingeleende personeel zich op een bepaalde tijd op de door de opdrachtgever vastgestelde werkplek diende te melden. De verklaringen laten verder niet zien dat niet gewerkt moest worden volgens de specificaties en tekeningen van de opdrachtgever en ook niet dat de rechten op goederen en werkwijzen die de ingehuurde medewerker in samenwerking met of in opdracht van de opdrachtgevers hebben ontwikkeld niet aan de opdrachtgever toekwamen. Verder is niet aannemelijk gemaakt dat sprake was van het verrichten van enkele diensten omdat zoals hiervoor is overwogen het geven van leiding/houden van toezicht kon plaatsvinden. Belanghebbende heeft gedurende de twee mondelinge behandelingen die het Hof heeft gehouden geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om getuigen te horen zoals zij kon doen op grond van de uitnodiging en op welke mogelijkheid zij nog is gewezen tijdens de eerste mondelinge behandeling. Het Hof ziet geen aanleiding meer op het voorwaardelijk getuigenaanbod van belanghebbende in te gaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3f83b3af263e083815a491095f4ec01fc76041b602c56561c7af76f15bf63b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3f83b3af263e083815a491095f4ec01fc76041b602c56561c7af76f15bf63b7, en de alinea staat in dat document op bytes 164670 tot 167629.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d3f83b3af263e083815a491095f4ec01fc76041b602c56561c7af76f15bf63b7 | shasum -a 256