Citaat | Gerechtshof Den Haag 16 februari 2021

Onder 5.28 Gerechtshof Den Haag 16 februari 2021

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 16 februari 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:180.

In het kader van een terughoudende toetsing van het Arbitraal Deelvonnis op grond van artikel 1065, eerste lid onder c Rv is er geen ruimte voor een inhoudelijke beoordeling van de verdeling van de bewijslast door het scheidsgerecht. Overigens acht het hof het oordeel van het scheidsgerecht dat de Republiek India diende te onderbouwen (“ establish ”) dat de beslissing tot beëindiging van het Devas Contract verband hield met “essential security interests”, begrijpelijk (vgl. punt 242 van het Arbitraal Vonnis). De Republiek India deed immers een beroep op een bepaling waarbij een uitzondering werd gemaakt op de bescherming van investeringen ingevolge het Verdrag. Daarbij heeft het scheidsgerecht rekening gehouden met de discretionaire bevoegdheid (“ wide measure of deference ”) van de Republiek India, door zware eisen te stellen aan het verweer van Devas c.s. (vgl. punt 245 van het Arbitraal Vonnis).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcbbf4c943870b2304925c2605b3e6b02efa9970e682bb6be08ec72c291ebe94. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcbbf4c943870b2304925c2605b3e6b02efa9970e682bb6be08ec72c291ebe94, en de alinea staat in dat document op bytes 65959 tot 66997.