Citaat | Gerechtshof Den Haag 16 februari 2021

Onder 3.2 Gerechtshof Den Haag 16 februari 2021

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 16 februari 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:180.

De Republiek India heeft in eerste aanleg gesteld dat het scheidsgerecht zich ten onrechte bevoegd heeft verklaard om van de vorderingen van Devas c.s. kennis te nemen (artikel 1065, eerste lid onder a Rv), omdat Devas c.s. geen ‘investering’ in de zin van het Verdrag heeft verricht, en omdat de beslissing om het Devas Contract te vernietigen, gerechtvaardigd was op grond van “ essential security interests ”. Met betrekking tot de vraag of sprake was van een ‘investering’ in de zin van het Verdrag heeft de Republiek India betoogd dat de activiteiten van Devas c.s. uitsluitend bestonden uit voorbereidende maatregelen (“ pre-investments ”), mede gezien het feit dat Devas Multimedia niet beschikte over een vergunning voor het aanbieden van telecommunicatiediensten van de Wireless Planning and Coordination Wing van het Indiase Department of Telecommunications (hierna: WPC-vergunning). Dit verweer heeft de rechtbank niet gevolgd. Naar het oordeel van de rechtbank vertegenwoordigde het recht van Devas Multimedia op een deel van de S-band reeds een significante waarde. Daarnaast heeft Devas Multimedia vooruitbetalingen van USD 13 miljoen gedaan voor de reservering van capaciteit op de satellieten en heeft Devas c.s. toestemming gekregen van de Indiase autoriteiten voor zijn investering in Devas Multimedia. Ook zonder een WPC-vergunning is volgens de rechtbank dus sprake van een ‘investering’ in de zin van het Verdrag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcbbf4c943870b2304925c2605b3e6b02efa9970e682bb6be08ec72c291ebe94. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcbbf4c943870b2304925c2605b3e6b02efa9970e682bb6be08ec72c291ebe94, en de alinea staat in dat document op bytes 20047 tot 21651.