Citaat | Gerechtshof Den Haag 16 februari 2021

Onder 4.4 Gerechtshof Den Haag 16 februari 2021

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 16 februari 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:180.

Grieven 6 tot en met 9 hebben betrekking op de Strafklacht en de stelling van de Republiek India dat Devas Multimedia ten onrechte heeft verklaard dat zij over intellectuele eigendomsrechten beschikte. De Republiek India betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat (de feiten die ten grondslag liggen aan) de Strafklacht pas rechtsgevolgen kan (kunnen) hebben voor de geldigheid van het Devas Contract op het moment dat sprake is van een (onherroepelijke) strafrechtelijke veroordeling. Volgens de Republiek India is het Devas Contract nietig als gevolg van de gepleegde strafbare feiten, en is als gevolg daarvan geen sprake van een ‘investering’ in de zin van het Verdrag waarop het scheidsgerecht bevoegdheid kan baseren (artikel 1065, eerste lid onder a Rv). Verder is het Arbitrale Deelvonnis volgens de Republiek India niet (voldoende) gemotiveerd, omdat het scheidsgerecht niet is ingegaan op de gestelde onjuistheid van de garanties van Devas Multimedia met betrekking tot de intellectuele eigendomsrechten (artikel 1065, eerste lid onder d Rv). De rechtbank is ten onrechte aan deze vernietigingsgrond voorbijgegaan op grond van de overweging dat het hier kennelijk niet ging om een essentieel verweer, nu de Republiek India in de arbitrale procedure slechts in een voetnoot een beroep op de onjuistheid van deze garanties heeft gedaan. Ten slotte is het Arbitrale Deelvonnis volgens de Republiek India in strijd met de openbare orde en goede zeden, omdat het scheidsgerecht ondanks de gepleegde strafbare feiten heeft aangenomen dat het Devas Contract geldig was (artikel 1065, eerste lid onder e Rv). De Republiek India verwijt de rechtbank dat zij aan deze strafbare feiten voorbij is gegaan op grond van de overweging dat niet is komen vast te staan dat bestuurders en functionarissen van Devas c.s. zich daaraan schuldig hebben gemaakt. De Republiek India verzoekt de behandeling van de zaak voor zover het betreft de vernietigingsgronden gebaseerd op de Strafklacht aan te houden tot een onherroepelijke uitspraak van de Indiase rechter over de gestelde strafbare feiten. Volgens de Republiek India zou eind 2019 een strafprocedure aanvangen tegen de in staat van beschuldiging gestelde personen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcbbf4c943870b2304925c2605b3e6b02efa9970e682bb6be08ec72c291ebe94. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcbbf4c943870b2304925c2605b3e6b02efa9970e682bb6be08ec72c291ebe94, en de alinea staat in dat document op bytes 30627 tot 32919.