Citaat | Gerechtshof Den Haag 16 februari 2021
Onder 5.9 Gerechtshof Den Haag 16 februari 2021
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 16 februari 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:180.
De Republiek India betoogt dat het scheidsgerecht een veel te ruime definitie van het begrip ‘investering’ heeft gehanteerd. Volgens de Republiek India moet behalve aan de definitie van “ investment ” in het Verdrag, ook zijn voldaan aan vijf kenmerken van het autonome concept ‘investering’, die zij ontleent aan arbitrale uitspraken op grond van het ICSID-Verdrag: (i) een bijdrage in het gastland in termen van (financiële) middelen, (ii) een zekere duur van uitvoering van de betrokken activiteit in het gastland, (iii) een aanvaarding van risico’s door de investeerder, (iv) de verwachting van winst of opbrengsten, en (v) indien vermeld in de preambule van het betrokken verdrag, een bijdrage aan de economische ontwikkeling van het gastland. Het kan in het midden blijven of het scheidsgerecht verplicht was dit autonome concept toe te passen, omdat – zoals Devas c.s. terecht heeft betoogd – reeds met de kapitaalstortingen van Devas c.s. en de aanwending daarvan door Devas Multimedia aan de vijf door de Republiek India genoemde kenmerken is voldaan: de kapitaalstortingen en de vooruitbetalingen voor de reservering van capaciteit op de satellieten vormen een bijdrage in het gastland, de lease van capaciteit op de satellieten heeft een duur van minstens 12 jaar, aan de investeringen zijn risico’s verbonden en de investeringen kunnen een aanzienlijk rendement opleveren, gezien het bedrag dat DT Azië bereid was voor een belang van 20% in Devas Multimedia te betalen. In de preambule van het Verdrag wordt erkend dat investeringen kunnen bijdragen aan de economische ontwikkeling van het gastland, maar wordt een dergelijke bijdrage niet als voorwaarde gesteld (“ RECOGNISING that the promotion and protection of such investments will lend greater stimulation (…) ”). Hoe dan ook valt aan te nemen dat investeringen van deze omvang in telecommunicatie-infrastructuur aan de economische ontwikkeling van de Republiek India kunnen bijdragen. Daarmee is ook aan het vijfde kenmerk voldaan. Hoewel de wijze waarop de rechtbank toepassing heeft gegeven aan het Weens Verdragenverdrag juist is, kan de discussie die de Republiek India daarover in dit verband wil voeren reeds hierom onbesproken blijven. Ten overvloede overweegt het hof dat India onvoldoende steekhoudende argumenten heeft aangevoerd waarom het scheidsgerecht in afwijking van de duidelijke bewoordingen van artikel 1 van het Verdrag een binnen de kaders van het ICSID-Verdrag ontwikkeld begrip had moeten toepassen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcbbf4c943870b2304925c2605b3e6b02efa9970e682bb6be08ec72c291ebe94. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcbbf4c943870b2304925c2605b3e6b02efa9970e682bb6be08ec72c291ebe94, en de alinea staat in dat document op bytes 41575 tot 44173.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fcbbf4c943870b2304925c2605b3e6b02efa9970e682bb6be08ec72c291ebe94 | shasum -a 256