Citaat | Gerechtshof Den Haag 16 februari 2021
Onder 5.10 Gerechtshof Den Haag 16 februari 2021
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 16 februari 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:180.
Het hof volgt de Republiek India evenmin in haar stelling dat eerst na verlening van alle vergunningen, vereist voor de uitvoering van de Devas Diensten van een ‘investering’, in de zin van het Verdrag kan worden gesproken. Voor die eis bestaat geen enkele grond. Mogelijke onzekerheid over de verlening van een WPC-vergunning, of andere noodzakelijke operationele en servicevergunningen, kan hoogstens betekenen dat aan de investering van Devas c.s. bepaalde risico’s waren verbonden. Dat kan, zoals het scheidsgerecht terecht heeft aangenomen, een effect hebben op de waarde van de investering die de Republiek India eventueel zou moeten vergoeden, maar het kan niet betekenen dat in het geheel niet van een investering sprake is. Dat zou anders kunnen zijn indien voor het project van Devas c.s. noodzakelijke vergunningen zouden zijn geweigerd, of op voorhand vast zou staan dat de noodzakelijke vergunningen niet zouden kunnen worden verkregen. Op het moment dat de Republiek India het Devas Contract vernietigde waren er echter geen noodzakelijke vergunningen geweigerd, en de Republiek India heeft onvoldoende gesteld om er vanuit te gaan dat zulke vergunningen zouden worden geweigerd. Zij heeft slechts aangevoerd dat met name de verkrijging van een WPC-vergunning een “extensief proces” zou zijn geweest (memorie van grieven, 214).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcbbf4c943870b2304925c2605b3e6b02efa9970e682bb6be08ec72c291ebe94. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcbbf4c943870b2304925c2605b3e6b02efa9970e682bb6be08ec72c291ebe94, en de alinea staat in dat document op bytes 44253 tot 45617.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fcbbf4c943870b2304925c2605b3e6b02efa9970e682bb6be08ec72c291ebe94 | shasum -a 256