Citaat | Gerechtshof Den Haag 16 februari 2021

Onder 5.11 Gerechtshof Den Haag 16 februari 2021

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 16 februari 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:180.

De doctrine van de “ general unity of an investment operation ” waarop de Republiek India in dit verband een beroep heeft gedaan, leidt niet tot een ander oordeel. Die doctrine komt erop neer dat een transactie die op zichzelf niet als een ‘investering’ in de zin van het toepasselijke investeringsverdrag kwalificeert, toch als zodanig kan worden beschouwd als zij onderdeel uitmaakt van een operatie die in zijn geheel als investering kwalificeert (vgl. de uitspraak in de zaak CSOB v. Slovakia van 24 maart 1999, die in het artikel van Schreuer en Kriebaum, At What Time Must Legitimate Expectations Exist? , Liber Amicorum Thomas Wilde, p. 271 (productie G-59 van Devas c.s.) als standaard uitspraak op dit gebied wordt aangehaald). Het scheidsgerecht heeft geoordeeld dat de kapitaalstortingen van Devas c.s. en de vooruitbetalingen voor de reservering van capaciteit op de satellieten op zichzelf zijn te beschouwen als ‘investeringen’ in de zin van het Verdrag. Een beroep op de doctrine van de “ general unity of an investment operation ” is in dat geval niet nodig om deze investeringen als zodanig aan te merken. De Republiek India ontleent aan deze doctrine ten onrechte een argument dat eerst van een ‘investering’ in de zin van het Verdrag kan worden gesproken als de volledige investeringsoperatie is afgerond en alle benodigde vergunningen voor het realiseren van het doel van die investering zijn verkregen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcbbf4c943870b2304925c2605b3e6b02efa9970e682bb6be08ec72c291ebe94. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcbbf4c943870b2304925c2605b3e6b02efa9970e682bb6be08ec72c291ebe94, en de alinea staat in dat document op bytes 45697 tot 47288.