Citaat | Gerechtshof Den Haag 26 januari 2021

Onder 3.7. Gerechtshof Den Haag 26 januari 2021

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 26 januari 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:341.

Bij brief van 14 mei 2019 heeft [appellant] het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden gevraagd het oordeel van 22 december 2016 te herzien en de gevangenisstraf te verminderen tot (primair) zes jaar, dan wel (subsidiair) acht jaar. [appellant] heeft daartoe aangevoerd dat het gerechtshof ten onrechte heeft geoordeeld dat de feiten waarvoor hij in het VK is veroordeeld naar Nederlands recht opleveren het medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd, alsmede het medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder A Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van dit middel, meermalen gepleegd. Volgens [appellant] is de Nederlandse evenknie van de feiten waarvoor hij is veroordeeld artikel 11b Opiumwet (deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van bepaalde misdrijven die de Opiumwet strafbaar stelt) of artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr.; te weten deelneming aan een organisatie die tot oogmerk het plegen van misdrijven heeft). Op deze feiten staan maximale gevangenisstraffen van acht en zes jaar, dan wel, in geval van meerdaadse samenloop, van tien jaar en acht maanden. [appellant] heeft geschreven dat het niet past in het systeem van de Wets om aan de kwalificatie van buitenlandse uitspraken te sleutelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f151ced12e1a9d5e892025bec96b669f32e605ba4f455e84597ddac5656ea734. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f151ced12e1a9d5e892025bec96b669f32e605ba4f455e84597ddac5656ea734, en de alinea staat in dat document op bytes 14535 tot 15951.