Citaat | Gerechtshof Den Haag 26 januari 2021
Onder 6.3. Gerechtshof Den Haag 26 januari 2021
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 26 januari 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:341.
Bij de beoordeling staat het volgende voorop. Het Engelse strafvonnis is tot stand gekomen in een procedure die – zo moet worden aangenomen – voldoet aan alle eisen van artikel 6 EVRM (zie ook onder 6.9. hierna). De daaropvolgende procedure in Nederland om de straf die bij dat Engelse vonnis is opgelegd aan te passen (de aanpassingsprocedure van artikel 2:11 van de Wets) had vervolgens nooit kunnen leiden – en heeft ook niet geleid – tot een langere gevangenisstraf dan bij dat vonnis is opgelegd. Verder is van belang dat de Minister bij zijn beslissing op grond van artikel 2:12 Wets gebonden is aan de wet (waaronder de Wets) en aan de beoordeling van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ex artikel 2:11 derde lid Wets. Uit de parlementaire geschiedenis volgt dat de Minister (slechts), indien hem, nadat hij het oordeel van het hof heeft ontvangen, concrete aanwijzingen bereiken dat het buitenlandse vonnis tot stand is gekomen met een flagrante schending van fundamentele rechtsbeginselen, de erkenning niettemin kan weigeren. Niet gesteld of gebleken is dat in dit geval van zo’n schending sprake is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f151ced12e1a9d5e892025bec96b669f32e605ba4f455e84597ddac5656ea734. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f151ced12e1a9d5e892025bec96b669f32e605ba4f455e84597ddac5656ea734, en de alinea staat in dat document op bytes 28100 tot 29297.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f151ced12e1a9d5e892025bec96b669f32e605ba4f455e84597ddac5656ea734 | shasum -a 256