Citaat | Gerechtshof Den Haag 6 januari 2021

Alinea 112 Gerechtshof Den Haag 6 januari 2021

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 6 januari 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:4.

10. De rechtbank acht [de Inspecteur] geslaagd in het bewijs van zijn stelling dat [belanghebbende] een debiteurenrisico heeft gelopen dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen. Nu geen (concrete) zekerheden zijn gesteld, geen aflossingsschema is bepaald, voor zover het de overgenomen vordering betreft ook geen rente is bedongen en gelet op de omstandigheid dat de rechtsverhouding met [ [A B.V.] ] pas in januari 2010 op schrift is gesteld, kan naar het oordeel van de rechtbank geen niet-winstdelende rente worden bepaald waaronder een onafhankelijke derde bereid zou zijn geweest onder deze voorwaarden en omstandigheden eenzelfde lening te verstrekken. Met [de Inspecteur] is de rechtbank van oordeel dat [belanghebbende] niet aannemelijk heeft gemaakt dat de vooruitzichten van de onderneming ten tijde van het verstrekken van de lening positief waren. De verwijzing van [belanghebbende] naar de ontwikkeling van de lichtarmbanden, [X-machine] en de [reflector-type] , de daarmee samenhangende patenten en de gestelde interesse van [fabrikant 1] en [fabrikant 2] leiden niet tot een ander oordeel. [Belanghebbende] heeft de destijds bestaande – naar [belanghebbende] stelt positieve – financiële vooruitzichten van [ [A B.V.] ], tegenover de betwisting daarvan door [de Inspecteur], niet nader onderbouwd. Zoals [belanghebbende] ter zitting heeft verklaard betreft het een vennootschap die zich toelegt op het uitvinden van producten en het in de ‘uitvinders-wereld’ geregeld voorkomt dat de ontwikkeling van producten om wat voor reden dan ook niet succesvol is. Naar het oordeel van de rechtbank zal juist in een branche als deze door de verstrekker van een lening de nadruk worden gelegd op het verkrijgen van zekerheden, bijvoorbeeld (toekomstige) patenten. Door [belanghebbende] zijn echter in het geheel geen zekerheden bedongen, noch bij het verstrekken van het krediet in 1999, noch bij het overnemen van de lening van [ [B B.V.] ] in 2000. Er is derhalve sprake van een onzakelijke lening zodat het onderhavige afwaarderingsverlies niet ten laste van het belastbaar inkomen uit werk en woning kan worden gebracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7dbaaa998dd43343d64f668ee705b1f5172a1eb5bf01d9a68591b25a5ac6a046. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7dbaaa998dd43343d64f668ee705b1f5172a1eb5bf01d9a68591b25a5ac6a046, en de alinea staat in dat document op bytes 32759 tot 34923.