Citaat | Gerechtshof Den Haag 15 december 2022

Alinea 43 Gerechtshof Den Haag 15 december 2022

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 15 december 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:2539.

11. De rechtbank ziet geen aanleiding om er aan te twijfelen dat het door eiseres verkregene verband houdt met de werkzaamheden die ze voor de erflater heeft verricht en dat sprake is van voldoening aan een ter zake van de verrichte arbeid bestaande natuurlijke verbintenis jegens eiseres. Om voor toepassing van de werknemersvrijstelling in aanmerking te komen, is daarnaast echter vereist dat eiseres als werknemer van de erflater kan worden aangemerkt. Daartoe dient sprake te zijn van een –al dan niet schriftelijke– arbeidsovereenkomst. Op grond van artikel 7:610, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek wordt onder een arbeidsovereenkomst verstaan de overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd persoonlijk arbeid te verrichten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/34ca74fe77e82017889eb4e2ed5bc0d1d86d6dccf0fb1f82e39f9748b66ff53b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 34ca74fe77e82017889eb4e2ed5bc0d1d86d6dccf0fb1f82e39f9748b66ff53b, en de alinea staat in dat document op bytes 12287 tot 13137.