Citaat | Gerechtshof Den Haag 11 oktober 2022

Onder 5.5 Gerechtshof Den Haag 11 oktober 2022

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 11 oktober 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:2863.

Het hof oordeelt als volgt. Op grond van de criteria geformuleerd in het Köbler -arrest gaat het in deze zaak om de vraag of zich het uitzonderlijke geval voordoet dat de Hoge Raad het Unierecht kennelijk heeft geschonden. De eis dat sprake is van een ‘kennelijke schending’ impliceert dat de schending met enige evidentie moet blijken en dat het er in dit geding niet om gaat of het hof aan de hand van een beoordeling ten gronde van de stellingen van [appellant] vaststelt of de forensenbelasting al dan niet in strijd is met het Unierecht. Het HvJEU heeft in het Köbler -arrest immers belang gehecht aan de specifieke aard van de rechterlijke functie en de gerechtvaardigde eisen van rechtszekerheid. Met andere woorden: het is niet de bedoeling dat de zaak die geëindigd is met het arrest van de Hoge Raad van 4 mei 2018, in het onderhavige geding nog eens ‘over’ wordt gedaan. Dat zou in strijd zijn met het beginsel van rechtszekerheid. Daarom is slechts in uitzonderlijke gevallen ruimte voor aansprakelijkheid van de Staat voor een uitspraak van de Hoge Raad. Het is aan [appellant] als eisende partij om voldoende te onderbouwen dat zich hier een zodanig uitzonderlijk geval voordoet en te motiveren waarom de Hoge Raad het Unierecht kennelijk heeft geschonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f6fac0c0616593fcd9d9c241f0bfa443ceab6ca4f93926a5e744e0d7daf7de0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f6fac0c0616593fcd9d9c241f0bfa443ceab6ca4f93926a5e744e0d7daf7de0, en de alinea staat in dat document op bytes 18472 tot 20003.