Citaat | Gerechtshof Den Haag 10 mei 2022

Alinea 64 Gerechtshof Den Haag 10 mei 2022

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 10 mei 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:2998.

11. Het verwijzingsarrest geeft geen heldere instructie ten aanzien van wat er na de verwijzing nog dient te gebeuren. Mogelijk mede daardoor verschillen partijen van mening over de consequenties van het verwijzingsarrest. Het hof gaat er vooralsnog van uit dat – tegen de achtergrond van rov. 4.2.5 van het verwijzingsarrest – moet worden onderzocht en vastgesteld waartoe een onderzoek zou hebben geleid dat ABN AMRO volgens het hof Amsterdam had behoren te verrichten. Voor zover dat onderzoek niet heeft plaatsgevonden gaat het daarbij om een inschatting van de vermoedelijke uitkomst daarvan. Aan de hand van die uitkomst moet dan worden beoordeeld of er een feitelijke grond was om de op ABN AMRO rustende mededelingsplicht aan de omstandigheden van het geval aan te passen. Bij een bevestigende beantwoording moet vervolgens nog de omvang van de mededelingsplicht in dit geval worden vastgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dee077de9bdaeee64b66d4a2a907c37a6d47d420080e37c1c97b8796491b4f69. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dee077de9bdaeee64b66d4a2a907c37a6d47d420080e37c1c97b8796491b4f69, en de alinea staat in dat document op bytes 26835 tot 27757.