Citaat | Gerechtshof Den Haag 10 mei 2022

Alinea 65 Gerechtshof Den Haag 10 mei 2022

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 10 mei 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:2998.

11. Het hof wenst dit met partijen te bespreken en zal daartoe een comparitie van partijen gelasten. Ook (eventueel) andere in hoger beroep nog aan de orde zijnde grondslagen van de vordering kunnen dan worden besproken. Daarnaast zal ter comparitie om proceseconomische redenen worden stilgestaan bij een ander onderwerp. Voor het geval dat de uitkomst van een eventueel onderzoek als hiervoor bedoeld zou leiden tot het oordeel dat ABN AMRO in de gegeven omstandigheden haar mededelingsplicht uit hoofde van art. 6:228 lid 1, aanhef en onder b, BW zou hebben geschonden en Edrie als gevolg daarvan zou hebben gedwaald, komt aan de orde welke gevolgen haar beroep op vernietigbaarheid van de renteswapovereenkomst in dit geval heeft. Wat betreft de gevolgen van een succesvol beroep op de in art. 6:228 BW vermelde vernietigingsgrond geldt – volgens vaste rechtspraak – dat niet is vereist dat degene die zich daarop beroept door het aangaan van de overeenkomst is benadeeld. Wel is vereist dat hij zonder de dwaling de overeenkomst niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou hebben gesloten. Het is daarbij aan degene die zich op dwaling beroept, te stellen en bij voldoende betwisting aannemelijk te maken dat hij zonder de dwaling de overeenkomst, of een of meer door hem aan te wijzen onderdelen daarvan, niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou hebben gesloten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dee077de9bdaeee64b66d4a2a907c37a6d47d420080e37c1c97b8796491b4f69. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dee077de9bdaeee64b66d4a2a907c37a6d47d420080e37c1c97b8796491b4f69, en de alinea staat in dat document op bytes 27765 tot 29153.