Citaat | Gerechtshof Den Haag 1 maart 2022

Alinea 281 Gerechtshof Den Haag 1 maart 2022

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 1 maart 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:310.

6. In de oproeping voor het horen is niet vermeld waar en wanneer de op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage zullen liggen. Hiertoe is verweerder op grond van artikel 7:4, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wel gehouden. De rechtbank stelt verder vast dat in ieder geval de beschikking en het bezwaarschrift als gedingstukken ter inzage hadden moeten liggen en dat dit niet is gebeurd. Hiermee heeft verweerder niet voldaan aan het in artikel 7:4, tweede lid, van de Awb neergelegde inzagerecht. Dat eiseres of de gemachtigde al over de beschikking en het bezwaarschrift

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f5d01dc53930b998b487343c54d73cfef37dc139060b01b3d3cfddc183f0e319. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f5d01dc53930b998b487343c54d73cfef37dc139060b01b3d3cfddc183f0e319, en de alinea staat in dat document op bytes 36674 tot 37283.