Citaat | Gerechtshof Den Haag 1 maart 2022

Onder 5.2.3. Gerechtshof Den Haag 1 maart 2022

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 1 maart 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:310.

Uit de stukken van het geding blijkt dat de gemachtigde van belanghebbende bij brief van 15 november 2019 is uitgenodigd voor de hoorzitting. In deze brief is geen melding gemaakt van de mogelijkheid om de op de zaak betrekking hebbende stukken in te zien. Hoewel sprake is van schending van artikel 7:4, lid 3, Awb, ziet het Hof hierin geen aanleiding om de zaak terug te wijzen naar de Heffingsambtenaar. Het Hof is van oordeel dat belanghebbende door deze handelwijze niet in haar belangen is geschaad. Belanghebbende beschikte immers over de beschikking en het bezwaarschrift en zij kon het taxatieverslag downloaden via [website] of opvragen bij de gemeente. Belanghebbende werd vertegenwoordigd door een professionele gemachtigde die meerdere belanghebbenden vertegenwoordigde in bezwaarprocedures tegen door de Heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarden van woningen uit hetzelfde appartementencomplex als de woning. Tijdens het hoorgesprek zijn meerdere zaken behandeld, waarbij het met name ging om de omgevingsfactoren. De omstandigheid dat de gemachtigde zich tijdens de hoorzitting overvallen voelde omdat de taxateur is ingegaan op een aantal door hem en belanghebbende aangedragen referentie-objecten, maakt niet dat het inzagerecht is geschonden. Het staat de taxateur vrij gegevens naar voren te brengen die de WOZ-waarde naar zijn mening onderbouwen. Daarnaast was de Heffingsambtenaar niet gehouden de op de zaak betrekking hebbende stukken op te sturen. Uit artikel 40 Wet WOZ volgt geen verplichting de stukken voorafgaand aan het horen toe te zenden. De wetgever heeft met artikel 7:4, lid 4, Awb een voorziening getroffen voor deze situatie. Afschriften van op de zaak betrekking hebbende stukken kunnen tegen vergoeding worden verkregen door belanghebbende. Gesteld, noch gebleken is dat belanghebbende voorafgaand aan het horen om toezending van de stukken heeft verzocht (vgl Hof Den Haag 4 mei 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:882). Het hoger beroep faalt in zoverre.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f5d01dc53930b998b487343c54d73cfef37dc139060b01b3d3cfddc183f0e319. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f5d01dc53930b998b487343c54d73cfef37dc139060b01b3d3cfddc183f0e319, en de alinea staat in dat document op bytes 45704 tot 47702.